duolingo

 0    510 Datenblatt    shahinmohamadnejad0
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
the orange
Lernen beginnen
De sinaasappel
the fish
Lernen beginnen
de vis
the meat
Lernen beginnen
het vlees
the potato
Lernen beginnen
de aardappel
the tea
Lernen beginnen
de thee
the bread
Lernen beginnen
het brood
the egg
Lernen beginnen
het ei
the fruit
Lernen beginnen
het fruit
the vegetables
Lernen beginnen
de groenten
the tomato
Lernen beginnen
de tomaat
the meal
Lernen beginnen
de maaltijd
the animal
Lernen beginnen
het dier
the cake
Lernen beginnen
de taart
the bird
Lernen beginnen
de vogel
the duck
Lernen beginnen
de eend
the horse
Lernen beginnen
het paard
the rabbit
Lernen beginnen
het konijn
the fish
Lernen beginnen
de vis
the salt
Lernen beginnen
het zout
the sugar
Lernen beginnen
de suiker
they are glasses of wine
Lernen beginnen
het zijn glazen wijn
those are birds
Lernen beginnen
dat zijn vogels
the pig
Lernen beginnen
het varken
the sheep
Lernen beginnen
het schaap
i read and you read too
Lernen beginnen
ik lees en jij leest ook
you are not boys but we do
Lernen beginnen
jullie zijn geen jongens maar wij wel
he does not have a book but you do
Lernen beginnen
hij heeft geen boek maar jij wel
she hears birds
Lernen beginnen
ze hoort vogels
He sees the dog
Lernen beginnen
Hij ziet de hond
he is making lunch
Lernen beginnen
hij maakt midtageten
he is giving
Lernen beginnen
hij geeft
I swim
Lernen beginnen
Ik zwem
we are giving
Lernen beginnen
we geven
we are swimming
Lernen beginnen
wij zwemmen
he is swimming
Lernen beginnen
hij zwemt
i am playing
Lernen beginnen
Ik speel
we play
Lernen beginnen
we spelen
he plays
Lernen beginnen
hij speelt
he writes
Lernen beginnen
hij schrijft
we write
Lernen beginnen
wij schrijven
i sleep
Lernen beginnen
ik slaap
we sleep
Lernen beginnen
we slapen
i am seeing
Lernen beginnen
ik zie
he sees a cat
Lernen beginnen
hij ziet een kat
bad
Lernen beginnen
slecht
difficult
Lernen beginnen
moeilijk
easy
Lernen beginnen
makkelijk
cheap
Lernen beginnen
goedkoop
expensive
Lernen beginnen
duur
heavy
Lernen beginnen
zwaar
cold
Lernen beginnen
koud
strong
Lernen beginnen
sterke
weak
Lernen beginnen
zwak
old
Lernen beginnen
oud
important
Lernen beginnen
belangrijk
slow
Lernen beginnen
traag
empty
Lernen beginnen
leeg
breakfast
Lernen beginnen
ontbijt
light
Lernen beginnen
licht
he sees me
Lernen beginnen
hij ziet mij
we do not see you
Lernen beginnen
we zien jou/je niet
i give them an apple
Lernen beginnen
ik geef hun een appel
that is him
Lernen beginnen
dat is hem
do you see me
Lernen beginnen
Zie je me
he gives me a book
Lernen beginnen
hij geeft me een boek
we have her
Lernen beginnen
we hebben haar
i eat them
Lernen beginnen
ik eet ze/hen
he sees it
Lernen beginnen
hij ziet het
the friut is tasty, because it is fresh
Lernen beginnen
de fruit is lekker, want het is vers
it is cold, so i wear a sweater
Lernen beginnen
het is koud, dus ik draag een trui
i hear you, but i do not see you
Lernen beginnen
ik hoor je, maar ik zie je niet
we are cooking something
Lernen beginnen
we koken iets
he cooks enough
Lernen beginnen
hij kookt genoeg
he eats everything
Lernen beginnen
hij eet alles
Everybody is important
Lernen beginnen
Iedereen is belangrijk
Does anyone know the boy
Lernen beginnen
Kent iemand de jongen
he sees all kinds of interesting animals
Lernen beginnen
hij ziet allerlei interessante dieren
some people do not sleep
Lernen beginnen
sommige mensen slapen niet
he has different names
Lernen beginnen
hij heeft verschillende namen
He is with us or against us
Lernen beginnen
Hij is voor ons of tegen ons
It is my only dress
Lernen beginnen
Het is mijn enige jurk
Each shirt is clean
Lernen beginnen
Elk shirt is schoon
He does not have a single apple
Lernen beginnen
Hij heeft geen enkele appel
Do you want a family
Lernen beginnen
Wil je een gezin
I see your sister
Lernen beginnen
Ik zie je zus
My parent house is small
Lernen beginnen
Het huis van mijn ouders is klein
you might not be cooking
Lernen beginnen
je kookt misschien niet
everbody drinks beer sometimes
Lernen beginnen
iedereen drinkt soms bier
After the soup, they eat rice
Lernen beginnen
Na de soep eten ze rijst
A mouse between the cats
Lernen beginnen
Een muis tussen de katten
He gets pants from me
Lernen beginnen
Hij krijgt broeken van mij
The children play after the breakfast
Lernen beginnen
De kinderen spelen na het ontbijt
It is dark
Lernen beginnen
Het is donker
All of her clothes are colorful
Lernen beginnen
Alle kleren van haar zijn kleurrijk
yellow plates
Lernen beginnen
Gele borden
the dog does not see any colors
Lernen beginnen
de hond ziet geen kleuren
my clothes are orange
Lernen beginnen
mijn kleren zijn oranje
i wear a green coat
Lernen beginnen
ik draag een groene jas
The horses walk through the water
Lernen beginnen
De paarden lopen door het water
The book is about my father
Lernen beginnen
Het boek gaat over mijn vader
He does not have a coat on
Lernen beginnen
Hij heeft geen jas aan
she gives the clothes to her sister
Lernen beginnen
ze geeft de kleren aan haar zus
they are not swimming because of the cold water
Lernen beginnen
ze zwemmen niet vanwege het koude water
he is not going without his cat
Lernen beginnen
hij gaat niet zonder zijn kat
i drink water during the meal
Lernen beginnen
ik drink water tijdens de maaltijd
behind our house
Lernen beginnen
achter ons huis
orange is the new black
Lernen beginnen
Oranje is het nieuwe zwart
he has a few red birds
Lernen beginnen
hij heeft enkele rode vogels
black is a dark color
Lernen beginnen
zwart is een donkere kleur
the rabbit comes out of the hat
Lernen beginnen
het konijn komt uit de hoed
i get breakfast from you
Lernen beginnen
Ik krijg ontbijt van je
What color is the dress?
Lernen beginnen
Welke kleur is de jurk?
he does not want to bike without her mother
Lernen beginnen
hij wil niet fietsen zonder haar moeder
it is raining
Lernen beginnen
het regent
she likes every bird
Lernen beginnen
ze houdt van iedere vogel
i know a lot but not everything
Lernen beginnen
ik weet veel maar niet alles
he is standing next to the yellow house
Lernen beginnen
hij staat naast het gele huis
he tells us good night
Lernen beginnen
hij zegt ons welterusten
she likes the shoes
Lernen beginnen
ze vindt de schoenen leuk
I do not need more food
Lernen beginnen
Ik heb weinig eten notig
In front of
Lernen beginnen
Voor
the animal is searching for water
Lernen beginnen
het dier zoekt water
we stay calm
Lernen beginnen
we blijven rustig
we are not using them
Lernen beginnen
we gebruiken ze niet
he is becoming a father
Lernen beginnen
hij wordt vader
i am buying a new car
Lernen beginnen
ik koop een nieuwe auto
i take more
Lernen beginnen
ik neem meer
i need beer
Lernen beginnen
ik heb bier nodig
he is called sara
Lernen beginnen
hij heet sara
we say that
Lernen beginnen
wij zeggen dat
i think about her
Lernen beginnen
ik denk aan haar
they are standing there
Lernen beginnen
ze staan daar
he is learning English
Lernen beginnen
hij leert Engels
how much is that
Lernen beginnen
hoeveel is dat
they ask difficult questions
Lernen beginnen
ze stellen moeilijke vragen
whose shoe is that
Lernen beginnen
wiens schoen is dat
when is the dinner
Lernen beginnen
wanneer is het avondeten
how do you know her
Lernen beginnen
hoe ken je haar
who are you with
Lernen beginnen
met wie ben je
where is my coat
Lernen beginnen
waar is mijn jas
I am going home before it gets dark
Lernen beginnen
Ik ga naar huis voordat het donker wordt
because/due to the fact
Lernen beginnen
doordat
i am strong because i swim
Lernen beginnen
ik ben sterk doordat ik zwem
we have both red and white wine
Lernen beginnen
we hebben zowel rode als witte wijn
we eat as soon as the soup is cold
Lernen beginnen
we eten zodra de soep koud is
i say my name so that you know who i am
Lernen beginnen
ik zeg mijn naam zodat je weet wie ik ben
she is standing on the table so that everyone sees her
Lernen beginnen
ze staat op de tafel zodat iedereen haar ziet
do you know if it is raining now
Lernen beginnen
weet je of het nu regent?
i bike while he bikes
Lernen beginnen
ik fiets terwijl hij fietsen
we eat until our plates are empty
Lernen beginnen
we eten totdat onze borden leeg zijn
i eat even though i am not hungry
Lernen beginnen
ik eet hoewel ik geen honger heb
i take the book unless you need it
Lernen beginnen
ik neem het boek tenzij je het nodig hebt
if it rains then i do not swim
Lernen beginnen
als het regent dan zwem ik niet
we walk more than twenty kilometers
Lernen beginnen
we lopen meer dan twintig kilometer
we have eight apples more
Lernen beginnen
we hebben nog acht appels
the amount of water
Lernen beginnen
de hoeveelheid water
i have only one sock
Lernen beginnen
ik heb maar één sok
not too much and not too little
Lernen beginnen
niet te veel en niet te weinig
the newspapers are in the blue boxes
Lernen beginnen
de kranten zitten in de blauwe dozen
the box is full
Lernen beginnen
de doos zit vol
In the car there are six men
Lernen beginnen
In de auto zitten zes mannen
it is not in the basket
Lernen beginnen
het zit niet in de mand
there are the blankets
Lernen beginnen
daar liggen de dekens
where is your new ball
Lernen beginnen
waar ligt je nieuwe bal
in Amsterdam there are many trees
Lernen beginnen
in Amsterdam staan veel bomen
however his parents still live there
Lernen beginnen
maar zijn ouders wonen daar nog steeds
maybe he is putting something in my shoes
Lernen beginnen
misschien stopt hij iets in mijn schoenen
i have the last books
Lernen beginnen
ik heb de laatste boeken
the second duck
Lernen beginnen
de tweede eend
the farm
Lernen beginnen
de boerderij
the corner
Lernen beginnen
de hoek
somewhere/anywhere
Lernen beginnen
ergens
the prison
Lernen beginnen
de gevangenis
outside
Lernen beginnen
buiten
inside
Lernen beginnen
binnen
the neighbourhood
Lernen beginnen
de buurt
the airport
Lernen beginnen
het vliegveld
Is the water already warm
Lernen beginnen
Is het water al warm
they are still not here
Lernen beginnen
ze zijn hier nog steeds niet
My glass is almost empty
Lernen beginnen
Mijn glas is bijna leeg
He is turning completely red
Lernen beginnen
Hij wordt helemaal rood
I like to play
Lernen beginnen
Ik speel graag
they are going to the park together
Lernen beginnen
ze gaan samen naar het park
She buys not only a dress but also a hat
Lernen beginnen
Ze koopt niet alleen een jurk maar ook een hoed
they would like to have a car
Lernen beginnen
ze willen graag een auto hebben
the book becomes suddenly enjoyable
Lernen beginnen
het boek wordt opeens leuk
finally
Lernen beginnen
eindelijk
do all of you want that
Lernen beginnen
willen jullie dat allemaal
nowhere
Lernen beginnen
nergens
neither fast nor strong
Lernen beginnen
noch snel noch sterk
it is not even cold
Lernen beginnen
het is niet eens koud
not at all
Lernen beginnen
helemaal niet
you get nothing from me
Lernen beginnen
je krijgt niks van mij
never
Lernen beginnen
nooit
i am never buying a horse again
Lernen beginnen
ik koop nooit meer een paard
August usually is a warm month
Lernen beginnen
Augustus is meestal een warme maand
the waiteress
Lernen beginnen
de serveerster
the actress
Lernen beginnen
de actrice
i do not know the name of the town
Lernen beginnen
ik weet de naam van de plaats niet
i am at the office
Lernen beginnen
ik ben op kantoor
the station
Lernen beginnen
het station
the door is looked
Lernen beginnen
de deur zit op slot
the key is still in the lock
Lernen beginnen
de sleutel zit nog in het slot
the thief is stealing a bike
Lernen beginnen
de dief is een fiets aan het stelen
it is in one of the drawers
Lernen beginnen
het zit in een van de laden
there is a cat under the desk
Lernen beginnen
er zit een kat onder het bureau
the cabinet
Lernen beginnen
de kast
the room
Lernen beginnen
de Kamer
the object
Lernen beginnen
het voorwerpen
the bed
Lernen beginnen
het bed
many perfumes do not smell good
Lernen beginnen
veel parfums ruiken niet goed
do you smell the soup yet
Lernen beginnen
ruik je de soep al?
do you like the smell of coffee
Lernen beginnen
hou je van de geur van koffie
he has a very good nose
Lernen beginnen
hij heeft een heel goede neus
it smells good in the park
Lernen beginnen
het ruikt lekker in het park
who is on the phone
Lernen beginnen
wie is er aan de telefoon
He takes care of his body
Lernen beginnen
Hij zorgt voor zijn lichaam
the garbage
Lernen beginnen
het afval
The trash can
Lernen beginnen
De vuilnisbak
the vacuum cleaner
Lernen beginnen
de stofzuiger
i feel if the water is cold
Lernen beginnen
ik voel of het water koud is
you have pretty eyes
Lernen beginnen
je hebt mooie ogen
ugly
Lernen beginnen
lelijk
handsome
Lernen beginnen
knap
the average is not eighty
Lernen beginnen
het gemiddelde is niet tachtig
he counts to hundred
Lernen beginnen
hij telt tot honderd
the sum of six and eight is fourteen
Lernen beginnen
de som van zes en acht is veertien
the curtain
Lernen beginnen
het gordijn
the noise
Lernen beginnen
het lawaai
the leg
Lernen beginnen
het been
the foot
Lernen beginnen
de voet
the ear
Lernen beginnen
het oor
the eye
Lernen beginnen
het oog
the brain
Lernen beginnen
de hersenen
i can not love you
Lernen beginnen
ik kan niet van je houden
he wants to be able to read his book
Lernen beginnen
hij wil zijn boek kunnen lezen
we have to keep listening to him
Lernen beginnen
we moeten naar hem blijven luisteren
we are staying for only fifteen minutes
Lernen beginnen
we blijven maar een kwartier
the tooth
Lernen beginnen
de tand
the nose
Lernen beginnen
de neus
the neck
Lernen beginnen
de nek
the stomach
Lernen beginnen
de buik
the head
Lernen beginnen
het hoofd
the back
Lernen beginnen
de rug
the arm
Lernen beginnen
de arm
the finger
Lernen beginnen
de vinger
the skin
Lernen beginnen
de huid
today is earlier that tomorrow
Lernen beginnen
vandaag is eerder dan morgen
the face
Lernen beginnen
het gezicht
the view
Lernen beginnen
het uitzicht
completely alone
Lernen beginnen
helemaal alleen
i do it myself
Lernen beginnen
ik doe het zelf
the mouth
Lernen beginnen
de mond
the bone
Lernen beginnen
het bot
the throat
Lernen beginnen
de keel
the body
Lernen beginnen
het lichaam
the shoulder
Lernen beginnen
de schouder
the toe
Lernen beginnen
de teen
the flavor
Lernen beginnen
de smaak
he tastes the wine
Lernen beginnen
hij proeft de wijn
he puts everything in his mouth
Lernen beginnen
hij stopt alles in zijn mond
he is not like he seems
Lernen beginnen
hij is niet zoals hij lijkt
he look likes his father
Lernen beginnen
hij lijkt op zijn vader
the bread tastes like old fish
Lernen beginnen
het brood smaakt naar oude vis
the bodypart
Lernen beginnen
het lichaamsdeel
to choose
Lernen beginnen
kiezen
i choose you
Lernen beginnen
Ik kies jou
waiting for
Lernen beginnen
wachten op
to get/obtain
Lernen beginnen
halen/krijgen
the boy gets a doctor
Lernen beginnen
de jongen haalt een dokter
understand
Lernen beginnen
begrijpen
grab something/to take
Lernen beginnen
pakken
you talk too fast
Lernen beginnen
je praat te snel
to show
Lernen beginnen
tonen
i show you
Lernen beginnen
Ik toon u
to change
Lernen beginnen
veranderen
to believe
Lernen beginnen
geloven
i believe you
Lernen beginnen
Ik geloof je
i never forget anything
Lernen beginnen
ik vergeet nooit iets
to push
Lernen beginnen
duwen
to pull
Lernen beginnen
trekken
what is happening?
Lernen beginnen
wat gebeurt er?
the past
Lernen beginnen
het verleden
the future
Lernen beginnen
de toekomst
the age
Lernen beginnen
de leeftijd
the century
Lernen beginnen
de eeuw
the birthday
Lernen beginnen
de verjaardag
i am not talking to you
Lernen beginnen
ik praat niet tegen jou
i take him to the airport
Lernen beginnen
Ik breng hem naar het vliegveld
the sound
Lernen beginnen
het geluid
who will get coffee for us today
Lernen beginnen
wie haalt vandaag koffie voor ons
he keeps hoping
Lernen beginnen
hij blijft hopen
that works by means of sound
Lernen beginnen
dat werkt door middel van geluid
we want to swim despite the cold water
Lernen beginnen
we willen zwemmen ondanks het koude water
except
Lernen beginnen
behalve
according to him it is too late
Lernen beginnen
volgens hem is het te laat
we are still on time thanks to you
Lernen beginnen
dankzij u zijn we nog op tijd
since when do you speak dutch
Lernen beginnen
sinds wanneer spreek je nederlands
from now on
Lernen beginnen
vanaf nu
he sits opposite to me during the meal
Lernen beginnen
hij zit tijdens de maaltijd tegenover me
The farms are around the city
Lernen beginnen
De boerderijen liggen rondom de stad
The village is close to the city
Lernen beginnen
Het dorp ligt dichtbij de stad
i want water instead of wine
Lernen beginnen
ik wil water in plaats van wijn
where are you going?
Lernen beginnen
waar ga je naar toe?
i walk towards you
Lernen beginnen
ik loop naar je toe
i do not like to eat bread
Lernen beginnen
ik eet niet graag brood
he has asked for wine
Lernen beginnen
hij heeft om wijn gevraagd
the marriage can not continue like this
Lernen beginnen
Het huwelijk kan niet zo doorgaan
i do not work on Sundays
Lernen beginnen
ik werk niet op zondag
i have asked him if he loves me
Lernen beginnen
ik heb hem gevraagd of hij van me houdt
in the weekend we can do what we want
Lernen beginnen
in het weekend kunnen we doen wat we willen
we are divorced
Lernen beginnen
we zijn gescheiden
the wedding
Lernen beginnen
de bruiloft
are you married?
Lernen beginnen
ben jij getrouwd?
husband
Lernen beginnen
echtgenoot
cousin
Lernen beginnen
neef/nicht
in what year were you born
Lernen beginnen
in welk jaar ben je geboren
sister-in-law
Lernen beginnen
schoonzus
spring
Lernen beginnen
lente-
the fall
Lernen beginnen
de herfst
the shop
Lernen beginnen
de winkel
sell
Lernen beginnen
verkopen
the butchr shop
Lernen beginnen
de slagerij
you are allowed to walk again starting tomorrow
Lernen beginnen
vanaf morgen mag je weer lopen
i have to buy a lot of groceries today
Lernen beginnen
ik moet vandaag veel boodschappen doen
the bakery around the corner
Lernen beginnen
de bakker om de hoek
to exchange/return
Lernen beginnen
ruilen
he has lent me his car
Lernen beginnen
hij heeft me zijn auto geleend
where do i need to pay
Lernen beginnen
waar moet ik betalen
i want to rent a room
Lernen beginnen
ik wil een kamer huren
the old book worth a lot of money
Lernen beginnen
het oude boek is veel geld waard
discount on everything
Lernen beginnen
korting op alles
it is not worth much anymore
Lernen beginnen
het is niet veel meer waard
a single plate
Lernen beginnen
een enkel bord
he works in the shoe department
Lernen beginnen
hij werkt op de schoenenafdeling
my brother is trying pants on in the fitting room
Lernen beginnen
mijn broer is broeken aan het passen in de paskamer
the bill
Lernen beginnen
de rekening
you need the receipt if you want to return something
Lernen beginnen
je hebt de bon nodig als je iets ruilen
unlike us
Lernen beginnen
in tegenstelling tot ons
I have worked in several clothing stores
Lernen beginnen
Ik heb in verschillende kledingzaken gewerkt
sale
Lernen beginnen
uitverkoopt
why do you not want to hold me
Lernen beginnen
waarom wil je me niet vasthouden?
we can not let everything go of
Lernen beginnen
we kunnen niet alles loslaten
may i join
Lernen beginnen
mag ik meedoen
you stop talking
Lernen beginnen
je houdt met praten op
fall over
Lernen beginnen
omvallen
to think
Lernen beginnen
nadenken
at what time do you have to get up tomorrow
Lernen beginnen
hoe laat moet je morgen opstaan
can you read me something
Lernen beginnen
kun je me iets voorlezen
at what time does the party stop
Lernen beginnen
hoe laat houdt het feest op?
take along
Lernen beginnen
meenemen
i encounter him
Lernen beginnen
ik kom hem tegen
arrive
Lernen beginnen
aankomen
i refuse to put down the book
Lernen beginnen
ik weiger het boek neer te leggen
she studies by reading all books
Lernen beginnen
ze studeert door alle boeken te lezen
there is nothing to see
Lernen beginnen
er is niets te zien
you get warm by running
Lernen beginnen
je wordt warm door te rennen
i find it difficult to talk with people
Lernen beginnen
ik vind het moeilijk om met mensen te praten
write down the words
Lernen beginnen
Schrijf de woorden op
can you place the box here
Lernen beginnen
kun je de doos hier neerzetten
they agree on a location for the party
Lernen beginnen
ze spreken een locatie af voor het feest
who wants to add something
Lernen beginnen
wie wil iets toevoegen
she wants to be able to think quietly
Lernen beginnen
ze wil rustig na kunnen denken
i can explain it
Lernen beginnen
ik kan het uitleggen
i do not know how i should explain it
Lernen beginnen
ik weet niet hoe ik het uit moet leggen
we have picked up our new bed
Lernen beginnen
we hebben ons nieuwe bed opgehaald
nobody is allowed to touch me
Lernen beginnen
niemand mag me aanraken
he is waiting until she returns
Lernen beginnen
hij wacht tot ze terugkeert
why did you return so quickly?
Lernen beginnen
waarom ben je zo snel teruggekeerd?
do you work at the fire department
Lernen beginnen
werk je bij de brandweer
sorry for the damage to your car
Lernen beginnen
sorry voor de schade aan uw auto
we save the animals
Lernen beginnen
we redden de dieren
the hospital
Lernen beginnen
het ziekenhuis
the disaster
Lernen beginnen
de ramp
i am not afraid
Lernen beginnen
ik ben niet bang
i am mad at him
Lernen beginnen
ik ben boos op hem
the feeling
Lernen beginnen
het gevoel
i am proud of you
Lernen beginnen
ik ben trots op je
happy
Lernen beginnen
blij/gelukkig
sad 3
Lernen beginnen
triest/verdrietig/bedroefd
good mood
Lernen beginnen
goed humeur
Shy
Lernen beginnen
Verlegen
cheerful music
Lernen beginnen
vrolijke muziek
you seem a little surprised
Lernen beginnen
je lijkt een beetje verrast
are you sure?
Lernen beginnen
Weet je het zeker?
are you in love with someone?
Lernen beginnen
ben je verliefd op iemand?
you are safe now
Lernen beginnen
je bent nu veilig
the crime
Lernen beginnen
de misdaad
i promise you
Lernen beginnen
Ik beloof jou
the police must protect him
Lernen beginnen
de politie moet hem beschermen
they want to know if you participate
Lernen beginnen
ze willen weten of je meedoet
he says that you should let go of him
Lernen beginnen
hij zegt dat je hem los moet laten
i do not have to say much
Lernen beginnen
ik hoef niet veel te zeggen
he does not dare to swim
Lernen beginnen
hij durft niet te zwemmen
i appear to know a lot
Lernen beginnen
ik blijk veel te weten
she seems to be a good actres
Lernen beginnen
ze blijkt een goede actres te zijn
we do not need to pay
Lernen beginnen
we hoeven niet te betalen
you get one more warning
Lernen beginnen
krijg je nog een waarschuwing
she has borrowed my car without asking
Lernen beginnen
ze heeft zonder te vragen mijn auto geleend
he is crying
Lernen beginnen
hij is aan het huilen
her voice sounds worried
Lernen beginnen
haar stem klinkt bezorgd
she sometimes forgets to lock the door
Lernen beginnen
soms vergeet ze de deur op slot te doen
i want to learn to speak dutch
Lernen beginnen
ik wil leren om nederlands te spreken
we decide to work together
Lernen beginnen
we besluiten samen te werken
he forces you to order food
Lernen beginnen
hij dwingt je om eten te bestellen
she decides to become an actress
Lernen beginnen
ze besluit om actrice te worden
you have to promise to think about me
Lernen beginnen
je moet beloven om aan me te denken
i promise to eat well
Lernen beginnen
ik beloof om goed te eten
the student decides to never drink beer anymore
Lernen beginnen
de student besluit om nooit meer bier te drinken
he is afraid of me
Lernen beginnen
hij is bang voor mij
i do not have to say much
Lernen beginnen
ik hoef niet veel te zeggen
he does not dare to swim
Lernen beginnen
hij durft niet te zwemmen
I am insecure about my eyes
Lernen beginnen
Ik ben onzeker over mijn ogen
we are at the wrong place
Lernen beginnen
we zijn op de verkeerde plaats
that is not scary at all
Lernen beginnen
dat is helemaal niet eng
the poor family does not have anything to eat
Lernen beginnen
de arme familie heeft niets te eten
are you a real cook
Lernen beginnen
ben je een echte kok
stupid question
Lernen beginnen
stomme vraag
i am crazy
Lernen beginnen
ik ben gek
are you ready to start
Lernen beginnen
ben je klaar om te beginnen
today is a special day
Lernen beginnen
vandaag is een bijzondere dag
it can be complicated to work together
Lernen beginnen
Het kan ingewikkeld zijn om samen te werken
that is sweet of you
Lernen beginnen
dat is lief van je
i think it is an excellent party
Lernen beginnen
ik vind het een geweldig feest
it is a pretty area
Lernen beginnen
het is een mooi gebied
his house is in the valley
Lernen beginnen
zijn huis staat in de vallei
my house is on the hill
Lernen beginnen
mijn huis staat op de heuvel
the bridge
Lernen beginnen
de brug
the border
Lernen beginnen
de grens
is there furniture for sale in the shopping mall
Lernen beginnen
zijn er meubels te koop in het winkelcentrum
the world is scary sometimes
Lernen beginnen
de wereld is soms eng
i want to see the whole world
Lernen beginnen
ik wil de hele wereld zien
Amsterdam is the capital of the Netherlands
Lernen beginnen
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland
my house is north of the city
Lernen beginnen
mijn huis ligt ten noorden van de stad
he lives in the south of england
Lernen beginnen
hij woont in het zuiden van Engeland
she is from the west of country
Lernen beginnen
ze komt uit het westen van het land
where are you from?
Lernen beginnen
Waar kom jij vandaan?
be careful
Lernen beginnen
wees voorzichtig
shut up!
Lernen beginnen
zwijg
let it go
Lernen beginnen
laat het gaan
let's dance
Lernen beginnen
Laten we dansen
sing along with me
Lernen beginnen
zing mee met me
let's go
Lernen beginnen
laten we gaan
what a cute picture
Lernen beginnen
wat een schattige foto
see you next Wednesday
Lernen beginnen
Tot volgende woensdag
who is your favorite actress
Lernen beginnen
wie is je favoriete actrice
to command
Lernen beginnen
bevelen
secret things
Lernen beginnen
geheime dingen
what an amazing feeling
Lernen beginnen
wat een geweldig gevoel
he feels like fruit
Lernen beginnen
hij heeft zin in fruit
do you feel like dancing
Lernen beginnen
heb je zin om te dansen
be aware of/watch out
Lernen beginnen
pas op voor
the desert
Lernen beginnen
de woestijn
the play ground
Lernen beginnen
de speeltuin
that is a pity
Lernen beginnen
dat is jammer
your welcome
Lernen beginnen
graag gedaan
indeed
Lernen beginnen
inderdaad
the river
Lernen beginnen
de rivier
the sea
Lernen beginnen
de zee
the forest
Lernen beginnen
het bos
there are more than ten million living in the country
Lernen beginnen
er wonen meer dan tien miljoen in het land
the lake
Lernen beginnen
het meer
the island
Lernen beginnen
het eiland
do not run
Lernen beginnen
niet rennen
don't smoke near me
Lernen beginnen
rook niet bij mij
don't
Lernen beginnen
niet doen
i wish you the best of luck
Lernen beginnen
ik wens je veel succes
lots of love, mike
Lernen beginnen
veel liefs
be friendly/kind
Lernen beginnen
wees vriendelijk
clever
Lernen beginnen
slim
rich parents
Lernen beginnen
rijke ouders
what does it say on the paper
Lernen beginnen
wat staat er op het papier
for a moment/briefly
Lernen beginnen
even
approximately
Lernen beginnen
ongeveer
really
Lernen beginnen
echt
do you have a moment for me
Lernen beginnen
heb je even voor mij
there are mostly warm clothes here
Lernen beginnen
er zijn vooral warme kleren hier
He works even on the weekends
Lernen beginnen
Hij werkt zelfs in het weekend
I am not crazy, right?
Lernen beginnen
Ik ben toch niet gek?
again
Lernen beginnen
opnieuw/weer
actually
Lernen beginnen
eigenlijk
soon it will be spring
Lernen beginnen
binnenkort is het lente
i am just a poor boy, nobody loves me
Lernen beginnen
ik ben gewoon een arme jongen, niemand houdt van mij
regards from England
Lernen beginnen
groetjes uit Engeland
sincerely yours
Lernen beginnen
Hoogachtend
nice to see you again
Lernen beginnen
fijn om je weer een keer te zien
there are weired noises coming from my room
Lernen beginnen
er komen rare geluiden uit mijn kamer
dangerous
Lernen beginnen
gevaarlijk
he says such weird things
Lernen beginnen
hij zegt zulke rare dingen
such a thing does not work
Lernen beginnen
zoiets werkt niet
it is such a hot day
Lernen beginnen
het is zo'n warme dag
all the water is yours
Lernen beginnen
al het water is van jou
that same boy is now my husband
Lernen beginnen
diezelfde jongen is nu mijn man
he always wears that same suit
Lernen beginnen
hij draagt altijd datzelfde pak
it is not the same
Lernen beginnen
het is niet hetzelfde
where are the other dogs
Lernen beginnen
waar zijn de andere honden
we have almost the same name
Lernen beginnen
we hebben bijna dezelfde naam
after this we are going to bed
Lernen beginnen
hierna gaan we naar bed
what are you doing with that
Lernen beginnen
wat doe je daarmee
what is in there now
Lernen beginnen
wat zit er nu in
there is nothing in it
Lernen beginnen
er zit niets in
i put something in it
Lernen beginnen
ik stop er iets in
for example
Lernen beginnen
bijvoorbeeld
my own room
Lernen beginnen
mijn eigen kamer
easily
Lernen beginnen
gemakkelijk
it is quite expensive
Lernen beginnen
het is behoorlijk duur
he is afraid to fly
Lernen beginnen
hij is bang om te vliegen
unfortunately my vacation is over
Lernen beginnen
helaas is mijn vakantie voorbij
on the left is a bank
Lernen beginnen
links staat een bank
he looks down
Lernen beginnen
hij kijkt omlaag

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.