Holenderskie słówka II

 0    100 Datenblatt    lewanna5
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
het is zover
Lernen beginnen
już czas
de plattegrond
Lernen beginnen
Mapa
instappen
Lernen beginnen
wsiadać
het platteland
Lernen beginnen
wieś
uitstappen
Lernen beginnen
wysiadać
zich bevinden
Lernen beginnen
usytuowany
de reiziger
Lernen beginnen
podróżnik
kwijtraken
Lernen beginnen
stracić
in het echt
Lernen beginnen
w prawdziwym życiu
het uitzicht
Lernen beginnen
widok
jij rent
Lernen beginnen
biegniesz
één enkele dag
Lernen beginnen
jeden dzień
de weg kwijt zijn
Lernen beginnen
zgubić się
schiet op
Lernen beginnen
Pośpiesz się
prettig, aangenaam
Lernen beginnen
przyjemnie, przyjemnie
sterk, goed
Lernen beginnen
silny, dobry
al, alles, helemaal, heel/hele
Lernen beginnen
wszystko, wszystko, całkowicie, całość / całość
rekening houden met
Lernen beginnen
wziąć pod uwagę
de menigte
Lernen beginnen
tłum
de maatschappij
Lernen beginnen
społeczeństwo
twijfelen
Lernen beginnen
wątpić
aanhouden, stoppen
Lernen beginnen
trzymaj się, przestań
waarschuwen
Lernen beginnen
ostrzegać
plaatsvinden
Lernen beginnen
odbywać się
het doel
Lernen beginnen
cel
de getuige
Lernen beginnen
świadek
de straf
Lernen beginnen
kara
rondom, over
Lernen beginnen
dookoła
voortaan
Lernen beginnen
od teraz
de gevangenis
Lernen beginnen
więzienie
elkaar opvolgen
Lernen beginnen
podążajcie za sobą
de nieuwsberichtjes
Lernen beginnen
wiadomości
gebouwd
Lernen beginnen
wybudowany
wat gebeurt er?
Lernen beginnen
co się dzieje?
de gelegenheid
Lernen beginnen
okazja
de wijk
Lernen beginnen
dzielnica
helemaal alleen
Lernen beginnen
całkiem sam
noodzakelijk
Lernen beginnen
niezbędny
het gaat over
Lernen beginnen
to jest o
ontdekken
Lernen beginnen
odkrywać
blijkbaar
Lernen beginnen
jawny, oczywisty
onlangs
Lernen beginnen
niedawno
soms
Lernen beginnen
czasami
onbeleefd
Lernen beginnen
niegrzeczny
netjes
Lernen beginnen
przyzwoicie
boer
Lernen beginnen
rolnik
kerk
Lernen beginnen
kościół
advertentie
Lernen beginnen
Reklama
rest
Lernen beginnen
reszta
houden
Lernen beginnen
trzymać
nagerecht
Lernen beginnen
deser
wordt
Lernen beginnen
jesteś, jest, stajesz się, staje się
liefde
Lernen beginnen
miłość
weer
Lernen beginnen
znowu
nog
Lernen beginnen
jeszcze
nog niet
Lernen beginnen
jeszcze nie
nog steeds
Lernen beginnen
nadal
nogal
Lernen beginnen
dosyć
weer
Lernen beginnen
znowu
weergeven
Lernen beginnen
widok
weerstand
Lernen beginnen
odporność
opgepakt
Lernen beginnen
aresztowany
wordt weer
Lernen beginnen
staje się ponownie
wordt opgenomen
Lernen beginnen
nagrywa
daar
Lernen beginnen
tam
naar
Lernen beginnen
do
wordt weer opgepakt
Lernen beginnen
zostanie odebrany ponownie
aan de slag
Lernen beginnen
pracować
aan de andere kant
Lernen beginnen
po drugiej stronie
aan de rand
Lernen beginnen
na krawędzi
aan de rechterkant
Lernen beginnen
po prawej stronie
aan de slag gaan
Lernen beginnen
zabrać się do pracy
voor een deel
Lernen beginnen
częściowo
voor een lage prijs
Lernen beginnen
za niską cenę
voor een groot gedeelte
Lernen beginnen
w dużej mierze
zodat
Lernen beginnen
tak, że; żeby
hoewel
Lernen beginnen
chociaż
knap
Lernen beginnen
przystojny
lelijk
Lernen beginnen
brzydki
ambitieus
Lernen beginnen
ambitny
spraakzaam
Lernen beginnen
gawędziarski
beleefd
Lernen beginnen
uprzejmy
ongeduldig
Lernen beginnen
Niecierpliwy
verantwoordelijk
Lernen beginnen
odpowiedzialny
oneerlijk
Lernen beginnen
niesprawiedliwy
gevoelig
Lernen beginnen
wrażliwy
verlegen
Lernen beginnen
nieśmiały
vrolijk
Lernen beginnen
wesoły
lui
Lernen beginnen
leniwy
sociaal
Lernen beginnen
społeczny
dom
Lernen beginnen
głupi, głupio
luid
Lernen beginnen
głośny
gierig
Lernen beginnen
skąpy
stil
Lernen beginnen
cichy, cicho
grappig
Lernen beginnen
śmieszny, śmiesznie
genereus
Lernen beginnen
hojny
zelfverzekerd
Lernen beginnen
pewni
persoonlijkheid adjectieven
Lernen beginnen
przymiotniki osobowe
slim
Lernen beginnen
mądry, pojętny
hardwerkend
Lernen beginnen
pracowity

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.