Przydatne zwroty

 0    48 Datenblatt    aleksandrakowal9
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Idzie/ jest dobrze
Lernen beginnen
Het gaat goed
Jak się nazywasz?
Lernen beginnen
Hoe heet je?
Skąd pochodzisz?
Lernen beginnen
Waar kom je vandaan?
Pochodzę z Polski.
Lernen beginnen
Ik kom uit Polen.
Gdzie mieszkasz?
Lernen beginnen
Waar woon je?
Ile masz lat?
Lernen beginnen
Hoe oud ben je?
Mówisz po holendersku?
Lernen beginnen
Spreek je Nederlands?
Mówię trochę po niderlandzku
Lernen beginnen
Ik spreek een klein beetje Nederlands.
Poznawanie się
Lernen beginnen
Kennismaken
Uczę się niderlandzkiego.
Lernen beginnen
Ik leer Nederlands.
Czy mogę o coś zapytać?
Lernen beginnen
Mag ik iets vragen?
Czy możesz to powtórzyć?
Lernen beginnen
Kun je het herhalen?
Czy możesz mówić wolniej?
Lernen beginnen
Kun je langzamer praten?
Czy możesz to zapisać?
Lernen beginnen
Kun je het opschrijven?
Jak to się literuje?
Lernen beginnen
Hoe spel je dat?
Jak to się pisze?
Lernen beginnen
Hoe schrijf je dat?
Co znaczy...?
Lernen beginnen
Wat betekent...?
Co to znaczy?
Lernen beginnen
Wat betekent dit?
Jak się mówi "ser" po holendersku?
Lernen beginnen
Hoe zeg je "ser" in het Nederlands?
Co powiedziałeś?
Lernen beginnen
Wat zeg je?
Nie rozumiem tego
Lernen beginnen
Ik begrijp het niet
Nie ogarniam/ Nie łapię tego
Lernen beginnen
Ik snap het niet
Podczas lekcji
Lernen beginnen
Tijdens de les
Praktyczne
Lernen beginnen
Praktisch
Ktora jest godzina?
Lernen beginnen
Hoe laat is het?
Ile to kosztuje?
Lernen beginnen
Hoeveel kost dit?
Gdzie jest supermarket?
Lernen beginnen
Waar is de supermarkt?
Gdzie jest stacja?
Lernen beginnen
Waar is het station?
Gdzie jest przystanek autobusowy?
Lernen beginnen
Waar is de bushalte?
Szukam ulicy...
Lernen beginnen
Ik zoek de straat...
Zgubiłam się
Lernen beginnen
Ik ben verdwaald
W pracy
Lernen beginnen
Op het werk
Zacząłem dziś o 9
Lernen beginnen
Ik ben vandaag om 9 uur begonnen.
Pracuję do 17
Lernen beginnen
Ik werk tot 17.00 uur.
Mam przerwę od 12 do 12.30
Lernen beginnen
Ik heb pauze van 12 tot 12.30
Gdzie jest sala konferencyjna?
Lernen beginnen
Waar is de vergaderruimte?
Czy mogę na chwilę iść do toalety?
Lernen beginnen
Mag ik even naar het toilet gaan?
Potrzebuję pomocy.
Lernen beginnen
Ik heb hulp nodig.
Czy możesz mi pomóc, proszę?
Lernen beginnen
Kun je me helpen, alsjeblieft?
Co mam teraz robić?
Lernen beginnen
Wat moet ik nu doen?
Jakie są moje zadania?
Lernen beginnen
Wat zijn mijn taken?
Skończyłam. Co mogę teraz zrobić?
Lernen beginnen
Ik ben klaar. Wat kan ik nu doen?
Czy muszę to wypełnić?
Lernen beginnen
Moet ik dit invullen?
Czy muszę to skopiować/ wydrukować?
Lernen beginnen
Moet ik dit kopiëren/printen?
Gdzie mam to położyć?
Lernen beginnen
Waar moet ik dit leggen?
Czy tak jest dobrze?
Lernen beginnen
Is dit goed zo?
Dziękuję za pomoc
Lernen beginnen
Dank je wel voor je hulp
Nie ma za co
Lernen beginnen
Graag gedaan

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.