sl 20

 0    44 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De koffie is sterk.
Lernen beginnen
Kawa jest mocna.
Deze aanbieding is echt goed.
Lernen beginnen
Ta promocja jest naprawdę dobra.
De rit begint om acht uur.
Lernen beginnen
Przejazd zaczyna się o ósmej.
De film duurt twee uur.
Lernen beginnen
Film trwa dwie godziny.
De lente komt eraan.
Lernen beginnen
Nadchodzi wiosna.
De docent legt het rustig uit.
Lernen beginnen
Nauczyciel spokojnie to wyjaśnia.
Ik maak een oefening.
Lernen beginnen
Robię ćwiczenie.
Ik schrijf het in mijn schrift.
Lernen beginnen
Zapisuję to w zeszycie.
Het lokaal is warm.
Lernen beginnen
Sala lekcyjna jest ciepła.
Ik maak mijn taak af.
Lernen beginnen
Kończę moje zadanie.
Ik maak een fout.
Lernen beginnen
Popełniam błąd.
Ik krijg een bericht.
Lernen beginnen
Dostaję wiadomość.
Ik maak een keuze.
Lernen beginnen
Dokonuję wyboru.
Ik gebruik zeep.
Lernen beginnen
Używam mydła.
Ik pak een borstel.
Lernen beginnen
Biorę szczotkę.
Ik heb een afspraak om tien uur.
Lernen beginnen
Mam wizytę o dziesiątej.
Het blad valt van de boom.
Lernen beginnen
Liść spada z drzewa.
De boom is heel hoog.
Lernen beginnen
Drzewo jest bardzo wysokie.
De steen is zwaar.
Lernen beginnen
Kamień jest ciężki.
Het pad loopt naar het bos.
Lernen beginnen
Ścieżka prowadzi do lasu.
Ik ben helemaal klaar.
Lernen beginnen
Jestem całkowicie gotowy.
Hij zit naast mij.
Lernen beginnen
On siedzi obok mnie.
Ik neem mijn tas mee.
Lernen beginnen
Zabieram moją torbę ze sobą.
De fles is leeg.
Lernen beginnen
Butelka jest pusta.
Het water is helder.
Lernen beginnen
Woda jest przejrzysta.
Ik betaal met mijn pinpas.
Lernen beginnen
Płacę kartą.
De winkel is aan de linkerkant.
Lernen beginnen
Sklep jest po lewej stronie.
Ik krijg een nieuwe opdracht.
Lernen beginnen
Dostaję nowe zadanie.
Het is de eerste keer.
Lernen beginnen
To pierwszy raz.
Het is stil in de kamer.
Lernen beginnen
W pokoju jest cicho.
Ik begrijp het nu.
Lernen beginnen
Teraz to rozumiem.
De uitleg is duidelijk.
Lernen beginnen
Wyjaśnienie jest jasne.
De tafel is stevig.
Lernen beginnen
Stół jest solidny.
Het water stroomt snel.
Lernen beginnen
Woda szybko płynie.
De bus vertrekt om half negen.
Lernen beginnen
Autobus odjeżdża o 8:30.
Het fornuis is warm.
Lernen beginnen
Kuchenka jest ciepła.
De vloer is helemaal vies.
Lernen beginnen
Podłoga jest całkowicie brudna.
Mijn keel doet pijn.
Lernen beginnen
Boli mnie gardło.
Ik kijk naar de aanbiedingen.
Lernen beginnen
Patrzę na promocje.
Ik draag een warme jas.
Lernen beginnen
Noszę ciepłą kurtkę.
Het bureau staat bij het raam.
Lernen beginnen
Biurko stoi przy oknie.
Ik sluit het raam.
Lernen beginnen
Zamykam okno.
Het waait hard vandaag.
Lernen beginnen
Dzisiaj mocno wieje.
We voegen zout toe.
Lernen beginnen
Dodajemy sól.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.