sl 28

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De kelder is donker.
Lernen beginnen
Piwnica jest ciemna.
De muur is wit.
Lernen beginnen
Ściana jest biała.
De vloer is koud.
Lernen beginnen
Podłoga jest zimna.
Het plafond is hoog.
Lernen beginnen
Sufit jest wysoki.
Het apparaat werkt niet goed.
Lernen beginnen
Urządzenie nie działa dobrze.
Ik heb gereedschap in de schuur.
Lernen beginnen
Mam narzędzia w szopie.
Het pakket komt morgen.
Lernen beginnen
Paczka przychodzi jutro.
Het product is nieuw.
Lernen beginnen
Produkt jest nowy.
Het merk is duur.
Lernen beginnen
Marka jest droga.
Het bedrijf groeit snel.
Lernen beginnen
Firma szybko rośnie.
Het kantoor is groot.
Lernen beginnen
Biuro jest duże.
Mijn beroep is leraar.
Lernen beginnen
Mój zawód to nauczyciel.
Het salaris komt elke maand.
Lernen beginnen
Wynagrodzenie przychodzi co miesiąc.
Ik teken het contract vandaag.
Lernen beginnen
Podpisuję umowę dziś.
We hebben een gesprek met de baas.
Lernen beginnen
Mamy rozmowę z szefem.
Het interview is morgen.
Lernen beginnen
Wywiad/rozmowa kwalifikacyjna jest jutro.
Het probleem is klein.
Lernen beginnen
Problem jest mały.
Het voordeel is duidelijk.
Lernen beginnen
Zaleta jest jasna.
Het nadeel is de prijs.
Lernen beginnen
Wadą jest cena.
Het resultaat is goed.
Lernen beginnen
Wynik jest dobry.
Ik geef een voorbeeld.
Lernen beginnen
Daję przykład.
Ik heb een idee voor het weekend.
Lernen beginnen
Mam pomysł na weekend.
Het plan is simpel.
Lernen beginnen
Plan jest prosty.
Het project begint vandaag.
Lernen beginnen
Projekt zaczyna się dziś.
Het doel is belangrijk.
Lernen beginnen
Cel jest ważny.
Mijn niveau is A1.
Lernen beginnen
Mój poziom to A1.
Het examen is moeilijk.
Lernen beginnen
Egzamin jest trudny.
Ik krijg mijn diploma in juni.
Lernen beginnen
Dostaję dyplom w czerwcu.
Het onderwijs is goed hier.
Lernen beginnen
Edukacja jest tutaj dobra.
Wiskunde is mijn favoriete vak.
Lernen beginnen
Matematyka to mój ulubiony przedmiot.
Het rooster hangt aan de muur.
Lernen beginnen
Plan lekcji wisi na ścianie.
Het lokaal is warm.
Lernen beginnen
Sala jest ciepła.
Het gebouw is oud.
Lernen beginnen
Budynek jest stary.
Het ziekenhuis is dichtbij.
Lernen beginnen
Szpital jest blisko.
Ik lees een recept voor soep.
Lernen beginnen
Czytam przepis na zupę.
Het medicijn helpt goed.
Lernen beginnen
Lek dobrze pomaga.
Het onderzoek duurt lang.
Lernen beginnen
Badanie trwa długo.
Het ongeluk was op de weg.
Lernen beginnen
Wypadek był na drodze.
Het gevaar is groot.
Lernen beginnen
Niebezpieczeństwo jest duże.
Het lawaai komt van buiten.
Lernen beginnen
Hałas pochodzi z zewnątrz.
Ik hoor een zacht geluid.
Lernen beginnen
Słyszę cichy dźwięk.
Het licht is fel.
Lernen beginnen
Światło jest jasne.
Het vuur is warm.
Lernen beginnen
Ogień jest ciepły.
Het water is koud.
Lernen beginnen
Woda jest zimna.
Het afval gaat in de container.
Lernen beginnen
Śmieci idą do kontenera.
Het klimaat verandert snel.
Lernen beginnen
Klimat szybko się zmienia.
Het seizoen is winter.
Lernen beginnen
Porą roku jest zima.
Het voorjaar is mooi.
Lernen beginnen
Wiosna jest piękna.
Het najaar is nat.
Lernen beginnen
Jesień jest mokra.
Het landschap is prachtig.
Lernen beginnen
Krajobraz jest piękny.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.