das Wörterbuch Deutsch Minus niederländisch

Deutsch - Nederlands, Vlaams

prüfen Holländisch:

1. toetsen toetsen



2. overwegen overwegen


Uw voorstel is het overwegen waard.
Zijn theorie is het overwegen waard.

3. controleren controleren


Aandacht, zij controleren kaartjes hier.
Ik zou dat willen controleren.

4. onderzoeken onderzoeken


De dokter moet je onderzoeken.
Het doel van dit verslag is alle voor- en nadelen van dat voorstel te onderzoeken.
Tandartsen onderzoeken tanden met röntgenstralen.