das Wörterbuch Deutsch Minus niederländisch

Deutsch - Nederlands, Vlaams

vermieten Holländisch:

1. huur huur


Ik hou van deze flat. De ligging is goed en bovendien is de huur niet zo heel hoog.
Ik moet nog twee maand huur betalen voor mijn kamer.
Kamer te huur.
Als we de huur betalen aan de huiseigenares, zullen we geen geld meer hebben voor eten; we zitten tussen de duivel en de diepe blauwe zee.
De huur is morgen te betalen.