das Wörterbuch Spanisch Minus niederländisch

español - Nederlands, Vlaams

planear Holländisch:

1. plan plan


Uw plan bevalt me!
Zijn plan is gevaarlijk!
Vertel mij over uw plan.
Zijt ge voor of tegen ons plan?
Alles gaat volgens plan.
Dit plan moet uitgevoerd worden.
Zo een kinderachtig plan zal mislukken.
Het Frans zit dikwijls erg verveeld met de uitdrukkingsdichtheid die het gebruik van voor- en achtervoegsels in het Esperanto mogelijk maakt, maar het trekt zijn plan door te spelen op de keuze van de lexemen.
Ga vooral door met je plan.
Mijn broer heeft het plan niet alleen opgesteld, maar ook uitgevoerd.
De meisjes hadden bezwaar tegen ons plan.
Deze namiddag, als ik thuis aangekomen ben, ben ik van plan te studeren.
Ik ben zeer blij dat je dat plan aanvaard hebt.
Mijn plan verschilt van het jouwe.
Er schoot haar en goed plan te binnen.