das Wörterbuch italienisch Minus niederländisch

italiano - Nederlands, Vlaams

completo Holländisch:

1. pak pak


Pak je spullen en ga.
Ik heb verschrikkelijke haast... om redenen die ik niet kan noemen, antwoordde Dima de vrouw. "Laat me alstublieft gewoon dat pak daar passen."
Ik ben in een Armaniwinkel een pak aan het kopen, natuurlijk, antwoordde Dima.
Wilt u een pak kopen? vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.
Mooi pak.
We geven geen kortingen, zei de vrouw streng, "ongeacht hoe klein. En wilt u nu alstublieft het pak uittrekken als u het zich niet kunt veroorloven?"
Hij keek door het etalagevenster en zijn ogen werden groot toen ze op een prachtig zwart pak vielen, en zijn ogen werden nog groter toen hij het prijskaartje van 3.000.000,99 BYR opmerkte.
Wil je een pak rammel?
Pak 'm.
De kleine vrouw had een grijs pak aan.
Kan ik dit pak passen?
Met het pak aan liep Dima het pashokje uit en verklaarde dat hij de aanschaf wilde doen.
Terwijl ze het pak voor Dima haalde, merkte de verkoopster op dat hij bloedvlekken op zijn overhemd had, en kon er alleen maar geschokt naar staren.
's Nachts viel er een flink pak sneeuw. De volgende morgen verschenen op de straten oma's met kleinkinderen op sleetjes, en 's middags na schooltijd barstten in het park de sneeuwballengevechten los.
Maar het is waar! drong Dima aan. "Ze laten me het pak niet kopen, tenzij ik ze nog 99 kopeke geef! Kun je me niet wat geld overmaken?"

2. vol


Japan is vol mooie steden. Kioto en Nara bijvoorbeeld.
Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.
Ik zit vol!
Sorry, de vlucht is vol.
Japan is vol verrassingen!
De kamer zat vol beestjes, miljoenen kleine, wriemelende beestjes met heel veel pootjes.
Alle bussen zitten vol.
Met je mond vol praten is een vies gezicht.
De dakrand hangt vol grote ijspegels, wat een schitterend gezicht is, maar wel gevaarlijk als het gaat dooien.
De maat is vol! zei de waard boos terwijl hij mijn glas nog een laatste keer vol schonk.
De lezing van de professor zat vol humor.
Een zak met een gat krijg je nooit vol.
De trein zat zo vol, dat niemand van ons kon zitten.
Begin maart viel de dooi in en lag het meer al gauw vol ijsschotsen, en op één daarvan zat een klein, eenzaam poesje.