das Wörterbuch italienisch Minus niederländisch

italiano - Nederlands, Vlaams

inviare Holländisch:

1. post post


De post is hier dichtbij.
Hij droeg het pak naar de post.
Vergeet niet de brief op de post te doen.
De post wordt bezorgd voor de middag.
De secretaresse opende de post welke die ochtend geleverd was.
Was er post voor mij?
Wat is het probleem, als ik om het kwartier mijn elektronische post controleer?

2. sturen sturen


Elk jaar sturen we vakantiekaarten aan onze grootouders.
Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.
Zelfs mijn oma kan een boodschap sturen.
Kun je dat per e-mail sturen?
Zal je me een ansichtkaart sturen?
Herinner mij eraan het rapport morgen op te sturen.
Als de video te groot is om door te sturen, geef dan minstens een verwijzing.
Als ik je een spekje kon sturen, Trang, zou ik het doen.
Waarschijnlijk gaat de baas je naar Californië sturen.
Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
We zouden Jordan naar het ziekenhuis moeten sturen.