das Wörterbuch litauisch Minus niederländisch

lietuvių kalba - Nederlands, Vlaams

batai Holländisch:

1. laarzen laarzen


Mijn nieuwe laarzen zijn van echt leer en hebben nogal hoge hakken.
Raad eens wat ze gekregen hebben! Een bolhoed voor hem, en leren laarzen voor haar!

2. schoen schoen


Wie de schoen past, trekke hem aan.
De schoen knelt.
Van het gat in de kous weet alleen de schoen.