das Wörterbuch norwegisch Minus niederländisch

Norsk - Nederlands, Vlaams

regning Holländisch:

1. bill bill


Bill zal zeker winnen.
Bill komt volgende week terug.
Bill schreide urenlang.
Bill is nog altijd een legende in dit gezelschap.
Bill stond vroeg op om de eerste trein te halen.
Bill werd gedood door die man.
Mag ik Bill spreken?
Kom op, Bill.
Bill en zijn jongere broer lijken helemaal niet op elkaar.
Niemand weet waar Bill naar toe is.
Tom is er al, maar Bill is nog niet gekomen.
Bill is zenuwachtig voor het examen.
Bill gaat winnen, nietwaar?
Buiten Bill was iedereen op tijd.
Bill nam zijn kleine broer mee naar de dierentuin.