das Wörterbuch Polnisch Minus niederländisch

język polski - Nederlands, Vlaams

kara Holländisch:

1. straf straf


Onwetendheid beschermt niet tegen straf.
Tieners zijn Gods straf voor seks.

Holländisch Wort "kara"(straf) tritt in Sätzen auf:

słówka zo gezegd 1 i 2

2. het stuur het stuur


Ik zat achter het stuur wanneer het ongeluk gebeurde.

3. de schuld



Holländisch Wort "kara"(de schuld) tritt in Sätzen auf:

Maastricht op de fiets door drie landen

4. een straf



5. boete


De boete voor spuwen bedraagt vijf pond.

6. de straf


op straffe van een boete; de strafbal

Holländisch Wort "kara"(de straf) tritt in Sätzen auf:

Holenderskie słówka II