das Wörterbuch Polnisch Minus niederländisch

język polski - Nederlands, Vlaams

plotka Holländisch:

1. kletsen kletsen


Ze zou nog eerder zinnen op Tatoeba vertalen, dan met mij te kletsen.

2. praatjes praatjes


Praatjes vullen geen gaatjes.

3. gerucht gerucht


Het gerucht over haar dood bleek niet waar te zijn.
Het gerucht bleek vals te zijn.
Er doet een gerucht de ronde, dat de firma bijna failliet is.
Ik denk dat dat gerucht waar is.
Het bleek dat dit gerucht noch kop noch staart had.
Voor zover ik weet is dat gerucht niet waar.

4. het gerucht



Holländisch Wort "plotka"(het gerucht) tritt in Sätzen auf:

Usłyszane 113 11.02.20