das Wörterbuch Polnisch Minus niederländisch

język polski - Nederlands, Vlaams

wołać Holländisch:

1. noemen noemen


Ze noemen me Bob.
Hij hield zich niet in om u een stomkop te noemen.
Ik heb verschrikkelijke haast... om redenen die ik niet kan noemen, antwoordde Dima de vrouw. "Laat me alstublieft gewoon dat pak daar passen."
We willen onze dochter Inge noemen.