sl 27

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Ik heb een afspraak bij de dokter.
Lernen beginnen
Mam wizytę u lekarza.
Ik schrijf een boodschap voor mijn vriend.
Lernen beginnen
Piszę wiadomość dla mojego przyjaciela.
We hebben een vergadering op het werk.
Lernen beginnen
Mamy zebranie w pracy.
Hij heeft veel ervaring met kinderen.
Lernen beginnen
On ma duże doświadczenie z dziećmi.
Gezondheid is heel belangrijk.
Lernen beginnen
Zdrowie jest bardzo ważne.
Het is mijn gewoonte om vroeg op te staan.
Lernen beginnen
Mam zwyczaj wstawać wcześnie.
Ik krijg informatie van de school.
Lernen beginnen
Dostaję informacje ze szkoły.
Ik krijg een uitnodiging voor het feest.
Lernen beginnen
Dostaję zaproszenie na imprezę.
We hebben geen mogelijkheid om te wachten.
Lernen beginnen
Nie mamy możliwości czekać.
Ik zoek een oplossing voor het probleem.
Lernen beginnen
Szukam rozwiązania problemu.
De situatie is nu rustig.
Lernen beginnen
Sytuacja jest teraz spokojna.
Ik zie een grote verandering in het weer.
Lernen beginnen
Widzę dużą zmianę w pogodzie.
We gaan naar de tweede verdieping.
Lernen beginnen
Idziemy na drugie piętro.
Welke richting moet ik nemen?
Lernen beginnen
W którą stronę mam iść.
De afstand is tien kilometer.
Lernen beginnen
Odległość wynosi dziesięć kilometrów.
De snelheid van de auto is hoog.
Lernen beginnen
Prędkość samochodu jest wysoka.
Veiligheid is belangrijk in het verkeer.
Lernen beginnen
Bezpieczeństwo jest ważne w ruchu drogowym.
De omgeving is heel mooi hier.
Lernen beginnen
Okolica jest tutaj bardzo ładna.
Ik hou van de natuur.
Lernen beginnen
Kocham naturę.
De lucht is blauw vandaag.
Lernen beginnen
Niebo jest dziś niebieskie.
De regen komt snel.
Lernen beginnen
Deszcz szybko nadchodzi.
Ik zie sneeuw op de straat.
Lernen beginnen
Widzę śnieg na ulicy.
Er is een grote wolk boven het huis.
Lernen beginnen
Nad domem jest duża chmura.
De temperatuur is laag in de winter.
Lernen beginnen
Temperatura jest niska zimą.
We gaan op vakantie naar Spanje.
Lernen beginnen
Jedziemy na wakacje do Hiszpanii.
De reis duurt drie uur.
Lernen beginnen
Podróż trwa trzy godziny.
Onze bestemming is Amsterdam.
Lernen beginnen
Naszym celem jest Amsterdam.
Mijn bagage is zwaar.
Lernen beginnen
Mój bagaż jest ciężki.
Ik heb mijn paspoort nodig.
Lernen beginnen
Potrzebuję mojego paszportu.
We gaan over de grens.
Lernen beginnen
Przekraczamy granicę.
Ik kijk op de kaart om de weg te vinden.
Lernen beginnen
Patrzę na mapę, żeby znaleźć drogę.
De plattegrond helpt mij in de stad.
Lernen beginnen
Plan miasta pomaga mi w mieście.
We lopen over de brug.
Lernen beginnen
Idziemy przez most.
We rijden door de rotonde.
Lernen beginnen
Jedziemy przez rondo.
Ik wacht bij de bushalte.
Lernen beginnen
Czekam na przystanku autobusowym.
Dit is de laatste halte.
Lernen beginnen
To jest ostatni przystanek.
De conducteur controleert mijn ticket.
Lernen beginnen
Konduktor sprawdza mój bilet.
Elke reiziger moet een kaartje hebben.
Lernen beginnen
Każdy podróżny musi mieć bilet.
De automobilist stopt voor het licht.
Lernen beginnen
Kierowca zatrzymuje się na światłach.
Er is een lange file op de weg.
Lernen beginnen
Na drodze jest długi korek.
Ik zoek een parkeerplaats voor mijn auto.
Lernen beginnen
Szukam miejsca parkingowego dla mojego auta.
De garage is naast het huis.
Lernen beginnen
Garaż jest obok domu.
We gaan naar de derde verdieping.
Lernen beginnen
Idziemy na trzecie piętro.
Ik ga de trap op.
Lernen beginnen
Wchodzę po schodach.
We nemen de lift naar beneden.
Lernen beginnen
Jedziemy windą na dół.
De gang is lang en smal.
Lernen beginnen
Korytarz jest długi i wąski.
De woonkamer is heel licht.
Lernen beginnen
Salon jest bardzo jasny.
De keuken is klein maar mooi.
Lernen beginnen
Kuchnia jest mała, ale ładna.
De badkamer is naast de slaapkamer.
Lernen beginnen
Łazienka jest obok sypialni.
De zolder is vol met oude spullen.
Lernen beginnen
Strych jest pełen starych rzeczy.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.