de boodschappen

 0    79 Datenblatt    guest3301577
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
pomiędzy
Lernen beginnen
tussen
obydwie/ oboje
Lernen beginnen
allebei
piekarz
Lernen beginnen
de bakker
supermarket
Lernen beginnen
supermarkt
móc potrafic
Lernen beginnen
kunnen
mięso
Lernen beginnen
het vlees
chleb
Lernen beginnen
het brood
jajko/jajka
Lernen beginnen
ei/eieren
mleko
Lernen beginnen
de melk
ser
Lernen beginnen
de kaas
owoce
Lernen beginnen
fruit
warzywa
Lernen beginnen
groenten
praca
Lernen beginnen
het werk
klient
Lernen beginnen
de klant
za/z tyłu
Lernen beginnen
achter
siedzieć
Lernen beginnen
zitten
człowiek
Lernen beginnen
de mens
zakupy
Lernen beginnen
boodschappen
zakup
Lernen beginnen
de boodschap
mogę
Lernen beginnen
moggen
dlatego
Lernen beginnen
daarom
rzecz
Lernen beginnen
het ding
na przyklad
Lernen beginnen
bijvoorbeeld
znaczek
Lernen beginnen
de zegel
róg
Lernen beginnen
de hoek
sam/samemu
Lernen beginnen
zelf
sprzedawac
Lernen beginnen
verkopen
wnuczek/wnuczka
Lernen beginnen
het kleinkind
mądry, sprytny
Lernen beginnen
slim
kucharz
Lernen beginnen
de kok
świerzy
Lernen beginnen
vers
drogi
Lernen beginnen
duur
zdrowy
Lernen beginnen
gezond
tani
Lernen beginnen
goedkoop
czy mogę o coś zapytać?
Lernen beginnen
Mag ik je iets vragen?
Gdzie jest?
Lernen beginnen
Waar staat?
gdzie znajdę?
Lernen beginnen
waar kan ik ... vinden?
Czy mogę zapłacić kartą
Lernen beginnen
Kan ik pinnen?
Chcesz znaczki?
Lernen beginnen
Wilt u zegels?
Masz kartę klienta?
Lernen beginnen
Hebt u een klantenkaart?
twarożek
Lernen beginnen
kwark
cukier
Lernen beginnen
suiker
bita śmietana
Lernen beginnen
slagroom
rynek
Lernen beginnen
de markt
Czyja kolej?
Lernen beginnen
Wie is er aan de beurt?
Co ma być dla Pana?
Lernen beginnen
Wat mag het zijn, mevrouw?
Czy to juz wszystko?
Lernen beginnen
Dat was het?
coś
Lernen beginnen
iets
nic
Lernen beginnen
niets
inny
Lernen beginnen
anders
Czego pan chce?
Lernen beginnen
Wat wilt u?
oferta
Lernen beginnen
aanbieding
ważyć
Lernen beginnen
wegen
ile waży ananas?
Lernen beginnen
hoeveel weegt een ananas?
prawie
Lernen beginnen
bijna
potrzebowac
Lernen beginnen
nodig hebben
pieniądze
Lernen beginnen
het geld
płacić
Lernen beginnen
betalen
karta kredytowa
Lernen beginnen
de pinpas
pytać
Lernen beginnen
vragen
znaleść
Lernen beginnen
vinden
na
Lernen beginnen
op
paczka
Lernen beginnen
het pakje
tylko
Lernen beginnen
alleen
drugi
Lernen beginnen
tweede
po prawej
Lernen beginnen
rechts
obok
Lernen beginnen
naast
pierwszy
Lernen beginnen
eerste
po lewej
Lernen beginnen
links
płacić kartą
Lernen beginnen
pinnen
parking
Lernen beginnen
parkeerplaats
łatwy
Lernen beginnen
makkelijk
trudny
Lernen beginnen
moeilijk
sprzedawca warzyw
Lernen beginnen
groenteboer
Coś jeszcze?
Lernen beginnen
Anders nog iets?
worek
Lernen beginnen
de zak
mniej więcej
Lernen beginnen
ongeveer
ale
Lernen beginnen
maar
mieć ochotę na coś
Lernen beginnen
zin hebben in

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.